Biografie
Panamarenko wordt in 1940 in Wilrijk, Antwerpen, geboren als Henri Van Herwegen. Hij blijft in de havenstad aan de Schelde wonen en werken tot hij in 2003, een jaar na het overlijden van zijn inwonende moeder, huwt met Eveline Hoorens. Sindsdien woont hij in Michelbeke, op het Vlaamse platteland.
In 2005 kondigt de kunstenaar, naar aanleiding van zijn grote retrospectieve tentoonstelling in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel, laconiek het einde van zijn artistieke activiteiten aan. In 2007 schenkt hij zijn voormalige atelier en ouderlijke woning in de Biekorfstraat 2 in Antwerpen, inclusief de volledige inboedel, aan de Vlaamse Gemeenschap. In 2011 wordt boven op de woning een helikopterplatform toegevoegd. In 2010 wordt Panamarenko gehuldigd als doctor honoris causa aan de Universiteit Hasselt.
“Blijven spelen is belangrijk. Als je speelt, komen wetenschap en kunst samen. En dat is goed.”
Van Herwegen volgt van 1955 tot 1960 lessen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en studeert van 1962 tot 1964 als vrije student aan het Nationaal Hoger Instituut. Parallel daaraan verdiept hij zich autodidactisch in de natuurwetenschappen. Rond het midden van de jaren zestig treedt Panamarenko voor het eerst nadrukkelijk naar buiten met zijn werk.
In 1965 ontleent Van Herwegen de naam ‘Panamarenko’ aan een Russische generaal die hij op de radio hoort. In de jaren die daarop volgen signeert hij zijn acties met ‘Panamarenko, multimiljonair’, kleedt hij zich in militaire uniformen, draagt hij een vliegenierspet en rijdt hij rond in een Amerikaanse Cadillac.
Het is de periode waarin hij samen met zijn vrienden Hugo Heyrman, Yoshio Nakajima, Wout Vercammen en Bernd Lohaus ludieke acties en happenings organiseert, samengevat in de slogan: “Alle fantasie zal worden verwezenlijkt.” Daarnaast geeft Panamarenko het blad Happening News uit, een reeks pamfletachtige, dadaïstische collages met beeld- en tekstfragmenten, onder meer ontleend aan Amerikaanse wetenschappelijke tijdschriften. Hij vermenigvuldigt deze op een Xerox-kopieerapparaat en verkoopt ze op straat.
“Wetenschap was de motor die mijn fantasie oplaadde.”
In 1966 stelt Panamarenko voor het eerst solo tentoon in de Antwerpse Wide White Space Gallery van Anny De Decker en Bernd Lohaus. Hij toont er zijn zogenaamde stille of poëtische objecten. Deze zijn vaak gestoeld op jeugdherinneringen, zoals een bezoek aan de Antwerpse Zoo, of vinden hun oorsprong in een happening of performance. Een bekend voorbeeld zijn de Magnetische Schoenen (1966–1967), waarmee hij ondersteboven hangend over een stalen plafond stapt.
Via de galerie komt hij in contact met buitenlandse kunstenaars als Joseph Beuys en James Lee Byars, evenals met de Duitse galerist en latere curator Kasper König. Het is Joseph Beuys die Panamarenko doet beseffen dat de technische constructies die hij naast zijn poëtische objecten ontwikkelt, evengoed als kunst kunnen worden beschouwd. In 1967 maakt en toont Panamarenko zijn eerste vliegtuigen, waaronder Das Flugzeug.
Dit leidt in 1968 tot de presentatie van enkele werken op Prospekt 68 en tot een eenmanstentoonstelling aan de Staatliche Kunstakademie in Düsseldorf, waar Beuys op dat moment als docent verbonden is.
Vanaf 1969 ontwerpt en bouwt Panamarenko zijn grootste vliegtuig ooit, het luchtschip The Aeromodeller (1969–1971). Het werk wordt in 1972 gepresenteerd op Documenta V in Kassel.
Vanaf dat moment verwerft Panamarenko bekendheid als de kunstenaar die tal van fantastische, ‘out of the box’ geconcipieerde vliegtuigen bedenkt, bouwt en van even fantasierijke namen voorziet. Ze worden aangedreven door mensenkracht of zijn afgeleid van de vliegtechnieken van insecten.
Rond 1980 verlegt Panamarenko zijn aandacht naar de mogelijkheden van ruimtevlucht, gebaseerd op de magnetische velden tussen hemellichamen. Deze zoektocht mondt uit in het project Reis naar de sterren, met zelfbedachte Bingmotoren en uitgewerkt volgens zijn theorie Toymodel of Space.
Panamarenko beperkt zich echter niet tot het concipiëren van tuigen voor verplaatsingen in de lucht. Hij ontwikkelt ook voertuigen voor gebruik op land, zoals de blikken Prova-Car (1967), de rubberen Polistes (1973–1974) en de K2 – The 7000-Meter-High Flying Jungle and Mountain Machine (1991).
Daarnaast ontwerpt en bouwt hij compacte motoren voor diverse vliegrugzakken (1984–1992). Gedurende een periode van dertig jaar werkt hij aan de vliegboot Scotch Gambit (1966–1999). In 1996 realiseert hij de drie ton zware duikboot Panama Spitsbergen Nova Zemblaya.
Tussen 1989 en 2004 realiseert Panamarenko een reeks uiterst fragiele maar autonoom stappende ‘kippen’, de Archaeopterices. Vele daarvan ‘frutselt’ hij in elkaar op de Zwitserse Furkapas, waar hij over een vast verblijf beschikt.
Panamarenko is een wereldreiziger. Zo onderneemt hij in september 1990 een expeditie naar Peru, op zoek naar de hoazin, een nog levende vogel die sterke overeenkomsten vertoont met de prehistorische Archaeopteryx. Op andere momenten test hij op de Maldiven de zelfgemaakte duikersklok The Portuguese Man of War (1990), of reist hij per Russische atoomijsbreker naar de Noordpool om er een foto te maken van zijn Arlikoop (2004).
Panamarenko bouwt zijn werken vrijwel altijd volledig eigenhandig en met primaire, ‘arme’ materialen. Dat leidt soms tot praktische beperkingen, maar leert hem veel — zo niet alles — over materialen en technieken. Zijn materiaalkennis is zeer gedegen en zijn autodidactische, wetenschappelijke en zelfs wiskundige inzichten mogen niet worden onderschat.
“Men mag mij naïef noemen: naïviteit heeft ook voordelen. Want wie niet meer naïef is, durft ook veel minder.”
Elk werk kan in die zin worden beschouwd als de alternatieve uitkomst van beschouwingen over telkens weer een ander idee. Zoals Panamarenko zelf stelt: “Een vliegtuig maken dat kan vliegen is geen uitdaging meer.”
Deze werkwijze verleent de objecten een niet te miskennen ‘look & feel’. Het zijn sculpturen met een typisch fragiel en geknutseld, en daardoor poëtisch uiterlijk, waar het maakplezier vanaf spat. Tegelijk wordt elke twijfel aan het potentieel functioneren van de uitvinding weggenomen, ondanks de soms naïeve, kinderlijke geloofwaardigheid van deze inventies.
Panamarenko beschouwt zelf het poëtische gehalte van zijn acties, happenings, tekeningen en objecten — ongeacht hun schaal of uitzicht — als het meest essentiële aspect van zijn werk.
Als Einzelgänger laat Panamarenko zich moeilijk onderbrengen in een historische stijlrichting. Hoogstens kan zijn werk worden verbonden met de ‘individuele mythologieën’, een term gemunt door de Zwitserse tentoonstellingsmaker Harald Szeemann, vriend van Panamarenko en curator van Documenta V. Met deze term duidt Szeemann kunstenaars aan die, zoals Panamarenko’s geestesverwanten Joseph Beuys en Marcel Broodthaers, een geheel eigen wereld creëren.